Hollandaca Sınavdaki Kısa Soru Ve Cevaplar Ikinci Bölüm

Konusunu Sadefan`da Görüntülemektesiniz!..

Hollandaca Sınavdaki Kısa Soru Ve Cevaplar Ikinci Bölüm, konusunda bu İçerik Hollandaca Sınavdaki Kısa Soru Ve Cevaplar Ikinci Bölüm hakkında en yeni bilgileri, yorumları ve detaylı paylaşımı keşfedin.

Hollandaca Sınavdaki Kısa Soru Ve Cevaplar Ikinci Bölüm

- Sadefan.com | Hollandaca Sınavdaki Kısa Soru Ve Cevaplar Ikinci Bölüm paylaşımı

Text

Tecrübeli Üye

Hollandaca Sınavdaki Kısa Soru Ve Cevaplar Ikinci Bölüm

Hollandaca Sınavdaki Kısa Soru Ve Cevaplar Ikinci Bölüm

Hollandaca Sınavdaki Kısa Soru Ve Cevaplar Ikinci Bölüm

uyum sinavi - uyum sinavi 2. bölüm - uyum sinav sorulari - hollandaca sorular


sınavın ikinci bölumunde sorulan kısa soru ve cevap kısmına örnek olusturması için soruları aşağıda veriyorum.. bunları sadece örnek olarak düşünmeli ve hepsini ezberlemek gibi bir hata yapmamalısınız.. çünkü sınavda sorular her seferinde değişmektedir..

bir de soruların Türkçeleri yok maalesef yanlarında.. vaktim olsaydı hepsini tek tek yazardım ama .. bu çok zaman alıcı bir olay.. Hollanda'daki eşiniz size bu konuda yardımcı olacaktır eminim.. yine de boş olursam bunların türkçelerini yanlarına yazarım umarım..

KISA SORU VE CEVAPLAR

1Welke maand komt na januari? februari

2Wat doe je in je portemonnee? geld

3Zijn wielen rond of vierkant? rond

4Wat is zoet, suiker of zout? suiker

5Wat doe je met een oven? bakken

6Wat doe je met je mond? praten

7Hoe noem je de vader van je moeder? opa

8Is het in de nacht licht of donker? donker

9Hoeveel centimeter is een meter? honderd

10Wat is groter, een boom of een plant? Een boom

11Wat doe je met een schaar? knippen

12Welk seizoen komt na de lente? zomer

13Wat komt uit de kraan? water

14Wat doe je met een mes? snijden

15Kun je met een lepel eten? ja

16Is een jongen een man of een vrouw? Een man

17Eet je in de ochtend een ontbijt(kahvaltı)? ja

18Wanneer is de lunch? 's middags

19Hoeveel neuzen heeft een mens? een

20Heeft een mens vijf handen of twee handen?twee handen

21Renate is 15 en Anne is 13…wie is er jonger? anne

22Hoeveel vingers heeft een mens? tien

23Kan een vliegtuig vliegen? ja

24Welke kleur heeft de lucht(hava)? blauw

25Wat is langer een uur of een kwartier? Een uur

26Kun je op een stoel zitten? ja

27Is iemand die hoofdpijn heeft ziek? ja

28Hoe noem je de zoon van je oom? neef

29Hoe noem je de man van je zus(bacı)? Zwager(enişte)

30Is een koe een mens of een dier? dier

31Doe je een pet(kasket) op je hoofd(kafa)? ja

32Het is nu zes uur..over twee uur is het…? Acht uur

33Kun je kleren(giysi) eten? nee

34Piet is dunner(şişman) dan Jan…wie is het dikst(en zayıf)? jan

35Heeft een man een baard(sakallı)?ja

36Wat doe je in de keuken? koken

37Wat doe je in een slaapkamer? slapen

38Hoeveel ogen(göz) heeft een mens? twee

39Is een appel gezond? ja

40Wat is gezonder een sinaasappel of chocola? sinaasappel

41Word je van patat dik? ja

42Als je 100 jaar bent…ben je dan jong? nee

43Kim is 18 jaar en Peter is 32 jaar wie is er ouder? peter

44Is Jan een jongen?ja

45Hoeveel uur heeft een dag? vierentwintig

46Hoeveel kwartier heeft een uur? vier

47Wat is korter een kwartier of vijf minuten? Vijf minuten

48Is een hond(köpek) pars(pars)? nee

49Komt er uit de kraan alleen warm water? nee

50Kan iemand die blind is zien? nee

51Is de zon rond of vierkant? rond

52Is een dag langer dan een jaar? nee

53Welk seizoen is kouder…de herfst of de lente? herfst

54Trek ik een jas aan als ik naar buiten of naar binnen ga? naar buiten

55Is een broek(pantolon) kleding? ja

56Is moeder een beroep(meslek)?nee

57Kun je met geld betalen? ja

58Hoe noem je de dochter(kızı) van je tante(teyze)? nicht

59Het is nu twee uur..over een kwartier is het….? Kwart over twee

60Het is vandaag zaterdag..overmorgen(birsonraki gün) is het..?maandag

61Heeft een paard benen of poten? poten

62Heeft een mens twee benen of 3 benen? Twee benen

63Is zondag een werkdag? nee

64Wat noemen we het weekend? Zaterdag en zondag

65Noem een werkdag…maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag

66Het is nu woensdag..gisteren was het…? dinsdag

67Welk seizoen is het koudst? winter

68Welk seizoen is het warmst? zomer

69Wat doet een bakker? brood bakken

70Als iets ingewikkeld is, is het dan makkelijk of moeilijk? moeilijk

71Ben je gezond of ziek als je de griep hebt? ziek

72Mijn vader is langer dan mijn moeder..wie is het langst? Mijn vader

73Is leraar een beroep? ja

74Als ik boos ben…ga ik dan lachen? nee

75Is de nacht licht of donker? donker

76Schijnt de zon overdag? ja

77Heeft een verkeerslicht drie of zes lichten? drie

78Wat is eerder…acht uur of half negen? acht

79Wat is gezonder snoep(şeker) of fruit? fruit

80Is een peer groente(sebze)? nee

81Zijn groente en fruit goed voor de gezondheid? ja

82Het is nu vrijdag…eergisteren was het? woenstdag

83Legt een haan een ei? nee

84Het is nu negen uur…over een half uur is het? Half tien

85Staat een oven in de keuken? ja

86Wat doe je in een keuken? brood koken

87Kan ik met een bril kijken? ja

88Als ik blind ben kan ik dan niet zien of niet horen? Niet zien

89Is januari een seizoen? nee

90Is oma een mens of een dier? Een mens

91Wat is gezonder melk of limonade? melk

92Hoeveel seizoenen heeft een jaar? vier

93Heeft de mens een lichaam(beden)? ja

94Heeft een huis een huiskamer? ja

95Wat is duurder…een trui van 15 euro of 30 euro? 30 euro

96Wordt iets goedkoper met korting(indirim)? ja

97Is oktober een seizoen of een maand? Een maand

98Welke maand komt voor mei? april

99Als iets eenvoudig(basit) is, is het dan makkelijk of moeilijk ?
makkelijk

100Als iets kookt, is het dan heet(kaynar) of koud ? heet

101Wat doe je in een bed ? slapen

102Hoeveel zijden(üçgen) heeft een driehoek ? drie

103Hoe smaakt(tat) suiker ? zoet

104Wat is groter een muis of een konijn(tavşan) ?konijn

105Welk getal(sayı) komt na 19? twintig

106Welke kleur heeft bloed(kan)? rood

107Is je nicht een man of een vrouw? Een vrouw

108Is tekenen(resim yapmak) een hobby of een beroep(meslek)? hobby

109Is een gezicht vierkant? nee

110Fiets je op een rivier of op een pad(patika) ? pad

111Is ijs(dondurma) warm of koud ?koud

112Wat is minder…24 euro of 11 euro? Elf euro

113Zijn schoenen om te lopen(yürümek) of om te drinken ? om te lopen


114Waar ga je naar toe als je ziek bent? De dokter

115Wat is later 12 uur of half 11? twaalf uur

116Wat komt er na de zomer? herfst

117Sneeuwt het in de winter of in de lente? winter

118Wat doe je met een glas? drinken

119Als je arm bent heb je dan veel of weinig geld? Weinig geld

120Kun je met een vliegtuig vliegen? ja

121Is een bloemkool(karnabahar) groente(sebze) of fruit? groente

122Welk dier legt eieren? kip

123Is een kip een man of een vrouw? Een vrouw

124Is een stier(boğa) een man of een vrouw?een man

125Waar woon je? turkije

126Kun je met een auto rijden of vliegen? rijden

127Als je een groot gezin(aile) hebt, heb je dan veel of weinig kinderen? veel

128Is een kerk(kilise) een gebouw(bina) of poort(büyük kapı)? gebouw

129Kan een vis zwemmen? ja

130Kun je rijst(pirinç) eten of drinken? eten

131Is een merrie een man of een vrouw? vrouw

132Hoe noem je een gebouw(bina) waar kinderen les(ders) krijgen(almak)? school

133Kun je schaatsen(paten kaymak) als het koud is, of warm? koud

134 1 uur …hoeveel kwartier is het? vier

135 1 uur..hoeveel minuten is dat? zestig

136Een half uur..hoeveel minuten is dat? dertig

137 1 minuut hoeveel seconden is dat? zestig

138Wat is meer..64 euro of 65 euro? vijfeenzestig

139Kan een paard hinniken(kişnemek) of blaffen(havlamak)? hinniken

140Wat doet een poes(kedi)? Miauwen

141Is een hengst(aygır) een man of een vrouw? Man

142Wat doe je met een boek? lezen

143Waar ga ik naartoe als ik ziek ben? Naar de dokter

144Is een huis een gebouw? ja

145Wat kun je met een videocamera? video opnemen

146Kim is langer dan peter….is kim het langst?ja

147Doe je het licht aan of uit als het donker is? Aan
karanlik olursa lambayi acarmisin kaparmisin

148Is Parijs een stad(şehir) of een land(ülke)? Een stad

149Is jan een voornaam of een achternaam? voornaam

150Kan een stier(boğa) melk geven(vermek)?nee

151Is een lammetje ouder dan een schaap? Nee
bir kuzu koyundan yaslimidir

152In welke maand is het kerst(noel)? December

153Wat wordt er op 5 december gevierd? Sinterklaas

154Is een trein een vervoersmiddel(ulaşım aracı)? ja

155Is roken(sigara içmek) gezond of ongezond?ongezond

156Als iets gemakkelijk(kolay basit) is..is het dan makkelijk of moeilijk?makkelijk

157Kan een eend(ördek) in het water zwemmen? ja

158Zien alle mensen er hetzelfde(aynı) uit? Nee
butun insanlar aynimi gorunur

159Kan een baby praten? nee

160Wat is de eerste dag van de week? maandag

161Hoeveel dagen telt(sayı) een week? zeven

162Wat is de laatste dag van de week? zondag

163Is een kind van 8 jaar volwassen? nee

164Is zuurkool(lahana) groente of fruit? groente

165Zijn groenten(sebzeler) gezond? ja

166Is een jurk(elbise) voor een meisje of een jongen? meisje

167ın welk seizoen schijnt de zon het mest(en çok)? zomar

168Welk getal(sayı) komt na 65? zesenzestig

169Zijn groente en fruit goed voor de gezondheid? ja

170Het is nu vrijdag…eergisteren was het? woenstdag

171Legt een haan(horoz) een ei? nee

172Het is nu negen uur…over een half uur is het?half tien

173Staat een oven in de keuken? ja

174Welke maand komt voor mei? april

175Als iets eenvoudig(karmaşık) is, is het dan makkelijk of moeilijk ?moelijik

176Als iets kookt, is het dan heet of koud ? heet

177Wat doe je in een bed ? slaapen

178Fiets je op een rivier of op een pad ? pad

179Is ijs warm of koud ? koud

180Wat is minder…24 euro of 11 euro? Elf euro

181Zijn schoenen om te lopen of om te drinken ? lopen

182Waar ga je naar toe als je ziek bent? Naar de dokter

183Kan ik met een bril kijken? ja

184Als ik blind ben kan ik dan niet zien of niet horen? Niet zien

185Als iets gemakkelijk(basit) is..is het dan makkelijk of moeilijk? makkelijk

186Is januari een seizoen? nee

187Is een trein een vervoersmiddel(taşıma aracı)? ja

188Is roken gezond of ongezond?ongezond

189Kan een eend in het water zwemmen?ja

190Is de basisschool(ilkokul)voor volwassenen? nee

191Is een berg hoog of laag? hoog

192Wat doe je met een nagelschaar(tırnak makası)? Nagel knippen

193Hoeveel voeten heeft een mens? twee

194Wat kun je met een telefoon? praten

195Wat doe je met een weegschaal(tartı)? wegen

196Hoeveel dagen telt een week? zeven

197Kan ik met een bril kijken? ja

198Als ik blind ben kan ik dan niet zien of niet horen? Niet zien

199Als iets gemakkelijk is..is het dan makkelijk of moeilijk?makkelijk

200Is januari een seizoen? nee

201 Is een trein een vervoersmiddel? ja

202 Is roken gezond of ongezond? ongezond

203Kan een eend in het water zwemmen? ja

204Is de basisschool(ilkokul) voor volwassenen? nee

205Is een berg hoog of laag? hoog

206Wat doe je met een nagelschaar? Nagel knippen

207Hoeveel voeten heeft een mens? twee

208Wat kun je met een telefoon? praten


209Wat doe je met een weegschaal(terazi)? wegen

210Hoeveel dagen telt een week? zeven

211Kruipen(sürünmek)…is dat snel(hızlı) of langzaam(yavaş)?langzaam

212Hoe noem je iemand die niet kan zien? blind

213Komt er uit de kraan alleen warm water? nee

214Wat verkoopt(satmak)een groenteman(manav)? groente

215Is een pannekoek rond of vierkant? rond

216Het is nu vrijdag…eergisteren was het?woensdag

217Hoe noem je de moeder van je moeder? oma

218Wordt iets goedkoper met korting(indirim)? ja

219Heeft een verkeerslicht(trafik lambası) drie of zes lichten? drie

220 ’s nachts…..is het dan donker of licht? donker

221 Is oktober een seizoen of een maand?maand

222Wat doe je met een mes? snijden

223Wat is eerder…acht uur of half negen?acht uur

224Waar woont een koning?place(saray)

225Wat kun je met een vork? eten

226Iemand met een laag salaris(maaş) verdient(kazanmak) hij veel of weinig? weinig
dusuk maasli birisi azmi cokmu kazanir

227Heeft een mens vijf ogen? nee

228Hoe noem je de dochter van je oom(amca dayı)? nicht

229Kan een paard mekkeren(melemek)? nee

230Is roken gezond of ongezond? ongezond

231wat doet een vogel? vliegen

232Vandaag is het vrijdag…overmorgen is het? zondag

233Schaatsen(paten)…doe je dat als het koud is? ja

234Wat kun je in een vaas(vazo) zetten(koymak)? bloemen

235Is een toren laag? nee

236 1 uur…is dat 60 minuten of 60 seconden? Zestig minuten

237Valt er sneeuw in de zomer? nee

238Kerst(noel) is dat in september of december? december

239Schijnt de zon ’s nachts of overdag? nee

40Wat kan een vliegtuig? vliegen

241 Is een schaap(koyun) jonger dan een lammetje(kuzu)? nee

242Wat is sneller(hızlı süratli)…rennen(koşmak) of kruipen(sürünmek)? rennen

243Is twintig minuten langer dan 30 minuten? nee

244Wat kan een vis? zwemmen

245Blind…is dat anders dan doof? nee

246Wat is korter……een jaar of een dag? een dag

247Is gras groen?ja

248Wat kun je met geld? betalen

249Een neef….is dat een man of een vrouw? man

250Het is nu oktober….volgende maand is het? november

251Wat doet een hond?blaft

252Gezond…is dat hetzelfde als ongezond? nee

253Is je nicht(kız kuzen) de zoon(oğul) van je tante(teyze)?nee

254Is een hengst (aygır)een man of een vrouw? man

255Heeft een mens vier of twee voeten? Twee voeten

256Kun je met een neus ruiken(koklamak) of zien? ruiken

257Is een appel groente of fruit? fruit

258Wat is langer een uur of 60 minuten? evenveel

259Is de herfst kouder dan de zomer? ja

260Is eenvoudig(karmaşık) hetzelfde als makkelijk?nee

261Tim is korter dan Jan…wie is het langst?jan

262Valt er sneeuw in de zomer? nee

263Wat is gezonder…patat of een peer(armut)? peer

264Wat kun je met een potlood(kurşun kalem) ?schrijven

265Wat kun je op een stoel? zetten

266Wat geeft(vermek) een koe? melk

267Is een sinaasappel paars of oranje? oranje

268Hoeveel vingers heeft een mens? tien

269Kan een haan een ei leggen?nee

270Wat is harder(sert)…schreeuwen(bağırmak) of fluisteren(fısıldamak)? schreeuwen

271Welke maand komt na mei? juni

272Heeft een leeuw(aslan) benen of poten? poten

273 ’s nachts…..is het dan donker of licht? licht

274Wordt iets duurder(pahalı) met korting(indirim)?nee

275Wat doet een paard? hinniken

276Is sporten gezond of ongezond? gezond

277Welk getal is groter…55 of 65?vijfenzestig

278Is zuurkool(lahana) groente of fruit? groente

279Wat kun je met een auto? rijden

280Wat doet een schilder(ressam)? Schilderen(resim)
 
Hollandaca Sınavdaki Kısa Soru Ve Cevaplar Ikinci Bölüm gurbetçiler forumu, Hollandaca Sınavdaki Kısa Soru Ve Cevaplar Ikinci Bölüm ile yurtdışındaki üyeler haberleşebilir ve içerik paylaşabilir.
Geri
Üst